6. Kindertuinen Jan Lighthartschool Rendierhof en Volkstuin Flora
Verhaal Jan Ligthartschool
sept 2011
Jan Ligthartschool Rendierhof & Dahlia- en volkstuinvereniging Flora
Op de Rendierhof krijgen de kinderen in groep 3 praktisch tuin- en natuuronderwijs. In de grote tuin op het terrein van volkstuinvereniging Flora en de kleine tuin bij het schoolgebouw.
Elk seizoen (herfst, winter, voorjaar en zomer) komen de kinderen van de groepen drie één keer naar hun grote tuin. In de tuin bij de school heeft elke klas van groep 3 ook een eigen veldje. Ouders werken daar elke week met kleine groepjes uit de klas.
In de klas werken en leven de kinderen naar het volgende bezoek aan de grote tuin toe. Ze weten dan al een beetje wat er in de tuin gebeurt en waar het over gaat.
Een tuinbezoek aan de grote tuin heeft een vaste structuur: Eerst een kringgesprek, waarin kinderen ook over hun ervaringen vertellen, daarna rondleiding, dan even wat drinken en spelen bij het paviljoen van de tuin. Daarna gaat iedereen aan de slag met drie activiteiten die bij dat seizoen horen.
In de herfst ( september) worden pompoenen, prei, uien, knolselderie, wortels en bonen geoogst. In de winter (januari) worden zaaikistjes gemaakt en wordt compost verzameld en omgezet. Of als er sneeuw ligt wordt er een iglo gebouwd. In het voorjaar ( april) wordt er gespit, zaaibed geharkt en gezaaid. In de zomer ( juni) wordt er prei verplant, onkruid gewied en paadjes geharkt.
Observeren en observaties delen met de klasgenoten is misschien nog wel het belangrijkste van zo’n bezoek. Aan het eind wordt alles wat er die dag gebeurd is nog eens samen besproken. De map van Mandy op de leestafel geeft een indruk hoe kringgesprekken, activiteiten, werkopdrachten voor gerichte observaties tot kenniservaringen leiden.
In de klas worden na het bezoek de ervaringen nog eens besproken en gebruikt in de les. Niet alleen voor het vak biologie, maar ook voor taal, rekenen en wereldorientatie. Met foto’s wordt de stand van zaken op de grote tuin via het digitale schoolbord getoond. Tussendoor worden in het voorjaar in de klas de plantjes uit de zaaikistjes verspeend in koffiebekers. Elk kind neemt een paar bekers met jonge plantjes mee naar huis. Ze worden ook in de grote en in de kleine tuin uitgezet. Als de sla, de spitskool en de koolrabi groot is wordt hij in de klas gebracht en neemt elk kind een krop mee naar huis. In de klas wordt er van de geteelde groentes soep gemaakt en opgegeten.
De kinderen vinden het bezig zijn met en in de natuur leuk. Met hun handen en voeten in de aarde. Met water zorgen ze voor planten. En als ze dan de zon zien schijnen, door de seizoenen heen, groeit er begrip voor groente. Als ze de zelf geteelde groente daarna proeven geeft dat niet alleen kennis, maar een ook goed een goed gevoel over waar hun eten vandaan komt. Kinderen krijgen door de activiteit buiten ook een betere band met de natuur. En heel wat kinderen gaan door de opgedane tuinervaring zelf met hun ouders aan de slag in een eigen tuintje.
Dit project kwam voort uit een initiatief van de stichting Duurzaam Tilburg: de Heerlijke eetbare stad. In dit project wordt het organiseren van werk met kinderen gestimuleerd.
2011: Kindertuinen op Flora, voor groepen van de Jan Lighthart school, Rendierhof
Op onze school gaan jaarlijks 125 kinderen naar de tuin met 3 á 4 ouders, de leerkrachten en Dirk van Liere die hier hun schouders onderzetten.
Jonge kinderen
Één groep 1 en 2 en vier groepen 3 bezoeken elk kwartaal één maal de volkstuin. Op school krijgen de kinderen al een goede voorbereiding en bezoeken de volkstuin waar ze mogen werken. De kinderen lopen samen naar de tuin, dat is op zich al een leuke natuurbeleving. Het effect van deze activiteit is dat de kinderen erg veel belangstelling krijgen voor de natuur. Ook is interessant dat we met hele kleine kinderen naar de tuin gaan. Zij genieten met volle teugen en wij leggen daarmee een basis die ze niet meer vergeten. De natuurbeleving op hele jonge leeftijd heeft een grote meerwaarde.
Ouders
Ook komen er ouders mee die vol enthousiasme mee doen, ze weten zich gewaardeerd. Dirk van Liere geeft hen ook stekken mee van planten o.a. wijnranken voor de voor- of achtergevel.
De seizoenen
Er is een vast programma in het teken van het seizoen:
Lente: Wat er op de volkstuin wordt gezaaid gaat later mee naar school om daar in het postzegeltuintje voor de school verder te verzorgen.
Zomer: bloemen zaaien en prei planten en oogsten van de lentegroente
Herfst: De gezaaide en opgekweekte groenten worden op school tot een lekkere maaltijd van heerlijke soep en salades verwerkt.
Winterbezoek: ook al ligt er sneeuw, het is heerlijk. Er wordt een composthoop omgezet en er wordt verteld over pieren en slakken die ze dan zien en over de overwintering van de egel.
Voordeel van deze aanpak is dat er in de klas tussen de bezoeken wordt voorbereid naar het volgende bezoek. De kinderen nemen de ouders mee.
Voor de volkstuinders die eerst de komst van de kinderen vrezen, betekenen de kinderbezoeken opnieuw kennismaken met kinderlijk enthousiasme, vrolijkheid en fantasie…. Iedereen is er blij mee.
Samen aan de slag
Verslag van Dirk van Liere, 22 oktober 2009
Voor meer foto's klik hier ---->
Groep 3a van de Jan Ligthartschool Rendierhof komt vier keer per jaar helpen in de landschapstuinen op het volkstuincomplex Flora. Groep één/twee doet ook mee.
Over de school
Francine van de Winkel, onderwijzeres van groep 3a, zelf een echte tuinliefhebber, legt uit hoe zij haar enthousiasme voor tuin en natuur meteen op haar leerlingen overbracht: Vorig jaar zijn we ermee begonnen. De kinderen uit mijn klas wilden weten hoe bloemen groeiden en wat daar allemaal voor nodig was. Ze vonden het ook leuk om dingen uit hun eigen tuintje te kunnen eten. Ze vroegen of we misschien een stuk van de tuin voor de school mochten hebben.
Wat is er mooier als de natuur zo dicht bij de kinderen te brengen. Iedereen voelde zich meteen erbij betrokken en bracht zaadjes en plantjes mee.
Elke maandag werkten 2 of 3 kinderen een uur in de tuin samen met een tuinmoeder uit onze klas. In de klas schreven ze dan alles op in een tuinschrift en deden verslag aan de andere kinderen. Ook gingen we een keer per week met zijn allen bij ons tuintje kijken hoe alles gegroeid was. De meetlat moest dan altijd mee, ze noemden nog eens alles op waar ze de namen van kenden en het absolute hoogtepunt was toen de zonnebloem groter was dan de juf.
Veel kinderen begonnen in die tijd thuis zelf ook te zaaien en het viel de ouders op dat hun kinderen zo veel belangstelling kregen voor alles wat groeit en bloeit.
In mei hadden ze ook een prachtige zelfgemaakte vogelverschrikker in hun tuintje gezet, helaas was die na 3 dagen gestolen. De ontsteltenis was groot, zoekacties, posters; de vogelverschrikker kwam er niet mee terug. Ook met de zonnebloem liep het niet goed af. Tot twee keer toe werden de planten die zo mooi gegroeid waren vernield. We hebben ons niet uit het veld laten slaan. Ons derde zaaisel heeft uiteindelijk prachtige bloemen gegeven. We hebben de zaden geoogst en volgend jaar worden die opnieuw gezaaid.
Half september beginnen we weer met een nieuwe groep. De meesten weten dat al dat groep 3a een eigen tuintje heeft. Ook zij gaan weer enthousiast aan de slag. De snijbonen worden in de eerste schoolweek geoogst, daar maken we bonenpasta van voor op een toastje.
Vorige week hebben we de aardappel gerooid, ik dacht dat hun ogen er uit rolden .
Ze konden er maar niet over uit, dat aan die ene aardappel die in de grond was gegaan , nu 10 aardappels zaten. Ik heb ze voor de kinderen gebakken. Ze zeiden dat ze super lekker waren, dat komt omdat ze ze zelf gekweekt hadden zeiden ze. Leuk hè!
Over de tuin
In 2008 ben ik hier begonnen als volstuinder en dahliakweker op het terrein van de vereniging Flora. Het Flora terrein is een erg mooie plek vind ik. Het complex wordt omzoomd door hoge bomen. Daarbinnen liggen de volkstuinen afgewisseld met stukjes grasveld. Het open veld wordt doorsneden met paden. Zoals het daar ligt is eigenlijk al een miniatuur van Brabant op zijn best. In mijn volkstuin probeer ik ook landschappen te creëren. Voor mij is volkstuinieren spelen. Als ik hier kom voel ik mij terug in de tijd, toen ik als kind in de zandbak speelde. Ik heb van de drie percelen die ik huurde drie landschappen gemaakt.
Een terpentuin bestaande uit 12 schijfvormige verhoogde bedden in een laagvlakte. Op de 12 verhoogde bedden worden groenten gekweekt. In de laagvlakte staan bloemen en lopen paden naar de bedden.
Een poldertuin bestaande uit een verlaagd gebied die omringd wordt door een dijk met een echte oprit. In deze tuin staan in deze tuin staan diverse constructies van wilgentenen en stapelstenen en er ligt ook een bak met plat glas.
De brabantse tuin, hult en bult in de vorm van het bekende typisch brabantse yin yang teken. Daar groeien ook groenten bloemen en fruit.
De inrichting van het geheel maaakt het mogelijk om goed samen met de natuur te telen. In mijn tuin probeer zo te telen dat er in samenwerking met de natuur iets van afkomt. Te weten: Groenten die we lekker vinden en planten en bloemen die we mooi vinden.
Zoals het hier staat lijkt het of ik als tuinder bepaal wat er groeit en bloeit. Als tuinder denk ik dat wel eens. Gelukkig kan de natuur dan heeel overtuigend laten zien wie hij is: Een goed georganiseerd samenwerkend systeem waar je als tuinder in mee mag doen.
Over kinderen in deze tuin
Wat zou het leuk zijn als kinderen via de school op deze volkstuin mee zouden kunnen spelen. Al spelend zouden ze direct in contact kunnen komen met natuur en voedselproductie. Via een uitnodiging van de dahlia- en volkstuinvereniging Flora aan de Jan Ligthartschool Rendierhof kwam het contact tot stand tussen Francine en mij. Dit gebeurde in juni.
Eind juli kwam Francine en haar klas en vier ouders voor de eerste keer naar de tuinen.
Na een rondleiding hebben ze geholpen met prei planten.
Als dank voor de goede hulp kreeg ieder een siererwtje mee en voor de juffrouw was er een schoof koren voor in de klas en ... pinguïns... gemaakt van courgettes door Frans Simons.
Vrijdag 25 september ging de nieuwe groep drie voor het eerst in dit schooljaar naar de tuinen. Jufffrouw Francine, een oma en drie moeders kwamen weer samen met de groep naar de tuin gelopen. Francine vertelt over haar beleving: Na een gezellig gesprek met de kinderen over de tuin en het tuinieren, gingen ze op ontdekking door de tuin. Ze mochten zelf water oppompen en doordat we er de vorige week in de klas al over spraken, hadden ze daar in de buurt van de pomp al snel een aantal pissebedden gevonden die grondig werden bestudeerd. Toen ze bij de Oost Indische kers kwamen, wilde ieder kind die wel eens proeven. Niet iedereen vond het even lekker, maar ik vond het leuk dat ze het allemaal wilden proberen. Het was ontroerend om te zien hoe kinderen die dit van huis uit niet vaak gezien hadden, zo in beslag werden genomen door alles wat er bloeide en groeide en rondkroop. Die verwondering, hun beleving van het zo tastbaar zijn van de natuur om je heen , dat was toch wel heel speciaal.
Ook deze keer weer sneed meneer Frans prachtige pinguïns uit courgettes.
Na een lekker glaasje drinken was het tijd om te gaan werken in de tuin.
Twee aan twee gingen ze alle pompoenen oogsten. Voor het transport kregen ze per duo een lange stok en een plastic zak. De begeleiders sneden de pompoenen los en de kinderen deden ze dan in de zak. Ze hebben enorm genoten en op de foto zie je dat ze heel hard gewerkt hebben. Tegen de middag vertrokken de kinderen weer. Ze namen de tiend van de oogst mee naar school: Pompoenen, prei die de vorige groep gezet had, bloemen, zaadjes van Oost Indische kers, uien en knolselderij. Op school hebben we daar een lekker soepje van gemaakt en daar hebben we samen met de hele groep erg van genoten.
Zestien Oktober kwam groep 1-2 met juffrouw Barbara mij helpen in de tuin. Het had al een beetje gevroren en het was best koud. Daarom zijn we toen naar het paviljoen gegaan om eerst een beetje te praten. Na een drankje en een hapje gingen we naar de tuin om zaden van bloemen, van prei van pompoenen en bonen te oogsten. De kinderen namen de zaden en de peulen mee naar school. Daar worden ze later gedroogd gepeld, geschoond en bewaard tot het volgend jaar als het gezaaid kan worden.
Dit vind ik het allerleukste van de volkstuin: Als een groep kinderen met hun juffrouw. de mamas, de papas, de omas en de opas mij komen helpen.